Hoofdstuk IV: Publiek

Het publiek was van zeer uiteenlopende aard. Aan de ene kant waren er de dagjesmensen tijdens de weekends. Door hun aanwezigheid en die van de ‘echte’ Blankenbergenaars (veelal vissers en boeren) was ook het volkse karakter van Blankenberge blijven bestaan.

Aan de andere kant was er een internationale elite die Blankenberge als vakantieverblijf  verkoos: (hoge) adel, vooraanstaande politici, zakenlui, (Britse) renteniers, al bij al een kapitaalkrachtige elite. Deze vermogende upper class, die verwend werd in de vele luxueuze hotels en riante villa’s, was niet alleen een goede klandizie voor de horeca en winkels van diverse aard, maar vormde ook een publiek dat niet enkel geïnteresseerd was om kunstmanifestaties bij te wonen maar eveneens om kunst te kopen.

Het elitair karakter van Blankenberge rond 1890 willen we illustreren met twee voorbeelden: aan de ene kant met de figuur van Koningin Carola van Saksen en aan de andere kant is daar mecenas Henri Van Cutsem (vgl. noot 8). Beiden kunnen bovendien ook nog in verband gebracht worden met De Saedeleer, Van Cutsem omstreeks 1887 en Koningin Carola in 1891 of 1892.

Koningin Carola van Saksen. Buiten Duitsland zijn haar naam en faam overschaduwd door de glitter en tragiek van haar tijdgenote Sissi. Nochtans was Carola niet van de minsten. Ze besteedde haar tijd grotendeels aan haar menigvuldige werken van liefdadigheid, maar ze ging doorgaans toch ook tweemaal per jaar op reis. Ze kwam hierbij dikwijls naar Blankenberge. Zo logeerde ze tijdens het seizoen 1890 met een gevolg van twaalf personen in een villa op de Zeedijk onder een schuilnaam. Deze schuilnaam kon haar echter niet lang baten, want LVDLCnr. 9 van 16 augustus laat weten dat Z.M. Leopold II een bezoek brengt aan “S.M. la Reine de Saxe qui est descendue à la villa Van Camp sous le nom de comtesse von Platen.”

Carola was een big spender en een actieve toeriste. LVDLC nr. 11 van 30 augustus zegt dat ze Wenduine voor de tweede keer bezoekt, een wandeling maakt over het strand en de duinen bewondert. Zo laat LVDLC 12 van 6 september ons weten dat ze “vergezeld van een talrijk gevolg haar intrek heeft genomen in het Grand Hôtel de Knocke.” In LVDLC van de week daarop vernemen we dat ze “de collectie schilderijen en antiek van dhr. Ch. De Meester in de Kerkstraat nr. 55 te Blankenberge heeft bezocht en er verscheidene aankopen heeft gedaan.” In hetzelfde nummer lezen we dat ze dit seizoen al voor de derde keer een bezoek bracht aan Wenduine, er gedurende uren de “splendides panoramas” bewonderde en dat er onderhandelingen aan de gang waren  waarbij ze er een groot stuk grond zou kopen.

De andere big spender, Henri Van Cutsem (zie hoger), had vanaf 1883 zijn eigen huis, villa Quissisana, op de Zeedijk 137 (op een paar passen van villa Van Camp, nr. 127). Vrienden-genodigden, kunstenaars en vooraanstaanden kwamen bij hem logeren met wie hij een uitgelezen clubje-aan-zee vormde.

Een illustratie hiervan is het schilderij van Guillaume Séraphin Van Strydonck (1861-1937): Portrait d’ amis  uit 1890 met als decor het salon van villa Quissisana (Verzameling Van Cutsem, Museum voor Schone Kunsten Doornik). Hierop zien we, behalve Henri Van Cutsem zelf, enkele logés zoals Dr. F. Henrijean (?-?; Prof. Univ. Luik), de beeldhouwer Guillaume Charlier (1854-1925), de schilder André Collin (1862-1930), notaris Lucien Damiens (?), de schilder Guillaume Van Strydonck en Henri Damiens (?).

Lees verder in Hoofdstuk V