Hoofdstuk IX: Alphonse Wauters en Jan Adriaensen

Groepsfoto De Zwarte Kat

Zijn dochter Bertha schreef over deze bezige bij: hij “Stichtte in 1885 reeds een leesgezelschap voor Ned. tijdschr. en  kranten ; (stichtte) de eerste mutualiteit van vissers; (stichtte) Blankenberge-Vooruit, een  [onleesbaar] doel: Nederlandse kultuur. O.a. kwam Emiel Hullebroeck, ijverde voor een Vl. muziekschool, die er kwam, concerten van goede muziek in de Kursaal  festival – (…) een uitvoering van ‘De Wereld in’ van Peter Benoit. Onder zijn impuls en dikwijls onder zijn leiding, werden tentoonstellingen van schilderkunst georganiseerd. Ook de Noordster: betere keuze van stellen – uitspraakleer. Duinroosje – Studie over de Visserij.”

De man helemaal links op de Blankenbergse foto is Camiel Cornelis Alphonse Wauters (Antwerpen 18.11.1861 – Leuven 03.03.1944). Regent, leraar Rijksmiddelbareschool Blankenberge vanaf de opening in 1883 tot 1906. Hoewel hij al in december 1883 bezweek onder zijn loodzware opdracht, bleef hij niet lang ziek en kon weer aan de slag in de school. En hij vond nog de tijd om te schilderen!

Als opvolger van Karel Brulez werd hij stadssecretaris van Blankenberge van 15 mei 1906 tot 28 maart 1919. Daarna waren hij en zijn vrouw actief in de horeca als uitbaters van de “Villas Loonus. Pension de familles. Centre Digue de Mer, 91-92”. Op 18 februari 1944 week hij uit naar Leuven waar hij een paar weken nadien overleed.

Naast Alphonse Wauters zien we Valerius de Saedeleer liggen. Het is waarschijnlijk de vroegste foto waarop hij te zien is. Hij was toen tweeëntwintig, drieëntwtintig jaar.

En dan, naast de rijzige Jules Gadeyne, the odd man out, helemaal rechts? Maria De Meulenaere noemt hem: “…een vierde persoon (…) wiens naam we niet konden achterhalen.” Bilé noemt hem “Jan Adriansius (..) uit Antwerpen doch woonachtig te Brussel, inspekteur-generaal van het lager onderwijs in de provincie Brabant (in zijn vrije tijd dichter en schilder), een goeie vriend van Wauters en Gadeyne.”

Volgens ons gaat het hier om Jan Baptist Cornelis Adriaensen (Brussel 20.10.1847 – Schaarbeek 20.01.1931). Diploma onderwijzer Rijksnormaalschool Lier 1867. Kantonnaal inspecteur lager onderwijs Lier van 1879 tot pensioen 1898. Hij testte zijn vaardigheid in veel genres en onderwerpen:  “Schreef in tijdschriften en dag- en weekbladen proza en gedichten, soms hekeldichten, toneelstukken cantates, kluchtspelen en lustspelen met zang meestal onder het pseudoniem Jan Jans of J.A.  Tussen 1868 en 1873 publiceerde hij meer dan 25 literaire bijdragen (…).” Hij gebruikte soms ook de schuilnamen Mane en Van Zon. Als liberaal en antiklerikaal was hij een felle tegenstander van het katholiek onderwijs. Hiervan getuigt zijn hekeldicht: “Ze zullen haar niet hebben, de goede ziel van ’t kind.”

Via zijn brieven aan zijn “Waarde vriend Jan’” van Rijswijck (resp. 30 augustus 1889 en 13 augustus 1890) weten we met zekerheid dat hij toen in Blankenberge verbleef.

Vermeldenswaard is verder de uitgave van het boekje Vlaamsche Poëzij. Bloemlezing uit de werken der Zuid-Nederlandsche Dichters van onzen tijd. In het tweede deel neemt hij twee gedichten van eigen makelij op: De Makkers en zijn meest succesrijke Kinderoogjes.

In 1926 geeft hij onder het pseudoniem Jan Jans zijn Plastische Verzen uit, die een keuze zijn uit zijn gedichten.  Hierin zijn twee gedichten opgenomen waarin Blankenberge een rol speelt:

Te Blankenberge (“Ze is lekkker nat, ons Noordzee; toch doen we aan zomerdroogte mee.”)  en Serajevo (“Ik bad voor Haar, – heb niet om hem geknield: Hij was met Pruisneef tegen ons takkoord.”)

Wauters en Adriaensen hielden later nog contact: hiervan getuigt een brief van Adriaensen aan “Waarde Vriend Wauters” op 14 juli 1912. Ook toen bevond Adriaensen zich te Blankenberge.

In het AMVC bevinden zich ook twee ongedateerde potloodtekeningen door Jan Adriaensen, alle twee 8 x 12,5, beide getiteld “Schets van een visser”.

Lees verder in Hoofdstuk X.