Hoofdstuk VII: Expositie in het Casino

We weten niet of ze toen in de RMS geëxposeerd hebben, maar – naast de succesvolle aquarellist Armand Vandersyp- vinden we Jules Gadeyne en Valerius De Saedeleer tijdens het seizoen 1890 wel als exposanten in het casino.

Over deze tentoonstelling staan er meer gegevens in het hoofdstukje “La peinture à Blankenberghe” in LVDLC  nr. 11 van 30 augustus 1890 dat geschreven werd door Paul Jacobs.

Met betrekking tot De Saedeleer lezen we:“Men vraagt ons de volgende regels in te lassen: dhr. Valéry De Saedeleer, een heel jonge schilder en een van de goede leerlingen van Franz Courtens, exposeert sedert verscheidene dagen met enkele van zijn schilderijen in het Casino. Zijn doeken zijn breed geborsteld. De schilder is zonder twijfel een colorist uit de goede school. We hielden het meest van het schilderij in het midden, een gezicht op de Uitkerkse Steenweg op een zonnige zomerse morgen, en ook van een holle weg tussen de korenvelden met een dorp op de achtergrond. Het geheel is diep doorvoeld en goed weergegeven. Dat dhr. De Saedeleer maar verder werkt en hij zal het ver brengen. Er zit misschien nog een beetje te veel onstuimigheid in wat hij doet, maar dit is juist wat kenmerkend is voor een artistiek temperament.”

Het stukje sluit profetisch af:“We zijn ervan overtuigd dat hij op een goede dag zijn eigen plaats zal innemen onder onze beste landschapsschilders.”

Ook De Saedeleers metgezel Jules Gadeyne stelde toen in het Casino tentoon. Hij exposeerde er zijn werk De ramp van de Nominoé. Met dit schilderij beeldde hij het drama uit van het Franse zeilschip de Nominoé  dat op 28 november 1889 vóór de kust van Blankenberge in zware moeilijkheden was geraakt. Bij de reddingswerken werden de vijf bemanningsleden gered, maar vijf Blankenbergse redders kwamen hierbij om het leven.

De journalist vond dat dit werk J. Gadeynes talent volledig weerspiegelde en hij was getroffen door het gemak waarmee die schilderdeVolgens hem drukt J. Gadeyne met dit schilderij de ramp op pakkende wijze uit: de woestezee die de schuimende golven tot in de wolken jaagt, de brik heen en weer slingert, en een golf die op het punt staat de redders te verzwelgen. Nauwelijks was het schilderij opgehangen of het was verkocht aan een zekere ingenieur Piens, provinciaal directeur van Bruggen en Wegen.

De Gadeynes waren afkomstig uit Tielt. Vader Joseph Gadeyne en moeder Colette Rots waren in juli 1862 van Tielt naar Blankenberge verhuisd met onder andere hun kinderen Maria Gadeyne ( Tielt 23.08.1860 – Blankenberge 24.04.1945) en Jules Gadeyne (Tielt 11.02.1857 – Blankenberge 09.03.1936).
Maria ‘Mietje’ Gadeyne zou uitbaatster van het café in de duinen worden, het Café de la Belle Vue (Hierover straks meer).

Jules werd meubelmaker en deed gouden zaken met zijn meubelverkoop in een Blankenberge waar hotels en andere logiezen als paddenstoelen uit de grond kwamen.

Afbeelding 3 – LVDLC 1890, p.4

Jules Gadeyne heeft tal van activiteiten op zijn naam staan. Bij zijn overlijden in 1936 roemde de burgemeester hem voor: ”… de diensten die hij aan de openbare zaak en aan de Blankenbergse bevolking heeft bewezen als gemeenteraadslid, als voorzitter van het vroegere Armbestuur, als stichter en voorzitter van den beheerraad der Stedelijke Vakschool, als ondervoorzitter van het Voedingscomiteit gedurende den oorlog en als ondervoorzitter van de Maatschappij voor goedkope woningen  ‘Het Lindenhof’ .”

Was Jules Gadeyne meubelmaker van beroep, zijn hart ging duidelijk uit naar zijn  talrijke andere activiteiten: als sociaal bewogen mens, als gepassioneerd schilder, gedreven mecenas, reiziger

Jules Gadeyne was last but not least schilder en mecenas. Van zijn omvangrijk oeuvre in laat – impressionistische stijl (boten, interieurs, portretten, visserstaferelen en zee- en strandgezichten) zijn heel wat werken in het bezit van zijn nakomelingen. Bovendien heeft hij ook zomaar schilderijen weggegeven aan mensen die zeiden dat ze een bepaald werk van hem mooi vonden.

Maar deze rijzige man was ook mecenas: kunstenaars mochten bij hem komen eten en slapen. En hun werk exposeren: tijdens de zomer werd een deel van de winkel (hoek Consciencestraat – Peter Benoitstraat) omgevormd tot galerie. Zo mocht ook Valerius De Saedeleer met talrijke andere kunstenaars tentoonstellen in de meubelzaak van Jules Gadeyne… en meer dan eens mee aanschuiven. De Saedeleer zou later nog dikwijls naar Blankenberge op bezoek komen, eten en slapen bij Jules Gadeyne.

In hetzelfde artikel in LVDLC : La Peinture à Blankenberghe, bracht Paul Jacobs ook een bezoek aan het atelier van Edmond Vanderhaeghen (ook geschreven Vander Haeghen, Gent 1836 – Blankenberge 1919). Deze schilder woonde en werkte dicht bij het oosterstaketsel in een houten huisje (“une maisonnette en bois”) waar het altijd opendeurdag was. De journalist was onder de indruk van de schilderijen, niet enkel van zijn “nombreuses marines”, maar ook van portretten van vissers (zoals Sterken Dries en Triene Kasje) en van oude mensen aan wie de artiest “a rendu admirablement l’expression calme et sereine”.

De laatste tien jaar van zijn leven woonde hij te Blankenberge. De stad bezit een tiental schilderijen van zijn hand. In het recente boek van R. Boterberge Geschiedenis van het Blankenbergse visserijbedrijf zijn heel watschilderijen van Vanderhaeghen opgenomen, waaronder  Blankenbergse visdraagsters, Visverkoop op straat, Sterken Dries, Triene Kasje.

Dit houten huisje van toen, of nadien verbouwd, is waarschijnlijk het huisje dat gedeeltelijk op een foto in dit boek uiterst rechts te zien is, waar we boven de deur een stuk van het opschrift, nl. ‘Exposit’ kunnen lezen. Dit klopt overigens met de foto van de firma Photochrom die tussen 1894 en 1900 foto’s van Blankenberge maakte.

Zou het huisje van Edmond Vanderhaeghen ook iets te maken kunnen hebben met “de houten tent” bij A. Muylle waar die het heeft over De Saedeleer: “Talrijke nieuwe vrienden en kennissen kwamen aanzetten. Er werd een houten tent bezijden den vuurtoren opgeslagen en terwijl de vrouwen daar aan het koffie drinken waren, leerden de vrienden schilderen. O.a. Wauters, Gadeyne, Lieven Denys, enz.”?

Hoewel Wauters ook bij de initiatiefnemers voor de tentoonstelling in de Middelbareschool was, weten we niet of hij daar of in het casino tentoonstelde, maar A. Muylle noemt hem toch samen met Lieven Denys een van de vrienden die er in “een houten tent (…)  leerden schilderen. O.a. Wauters, Gadeyne, Lieven  Denys, enz.” Door dit ‘O.a.’ en ‘enz.’ moeten er daar nog andere leerling-schilders geweest zijn. Maar we weten niet wieerachter verscholen zijn. In zijnboek Blankenberge. Een rijk verleden, een schone toekomst citeert E. Bilé deze tekst van A. Muylle waar die Wauters, Gadeyne en Lieven Denys opsomt, maar in een van zijn andere boeken over Blankenberge  vermeldt Bilé vanuit het perspectief van Jules Gadeyne niet enkel het trio Gadeyne, De Saedeleer en Wauters, maar ook nog G. Gooris, Modest Huys en Emile Thysebaert. En op grond van hun leeftijd moeten we deze laatste drie dit keer situeren ná de periode dat De Saedeleer te Blankenberge of Wenduine verbleef.

Lees verder in Hoofdstuk VIII.