Hoofdstuk VIII: Estaminet A La Belle Vue en De Zwarte Kat

Daarenboven situeert Bilé in De straatnamen van Blankenberge. Oorsprong en betekenis deze samenkomsten hoofdzakelijk in de barak voorbij het westerstaketsel in de duinen in de wijk Harendijke, nl. het houten huis[70] waarin Jules Gadeynes zuster, Maria ‘Mietje’ Gadeyne, café hield.

Afbeelding 4 – LVDLC 1890, p.3 

Ze had haar café Estaminet à la belle Vue en ook Café de la Belle Vue genoemd, was net als haar broer zeer ondernemend, en zeer populair bij de plaatselijke bevolking en de toeristen. Je kon vanop het Oosterstaketsel met de overzet naar het Westerstaketsel, kant Wenduine varen, om naar Wenduine te wandelen en/of een bezoek te brengen aan haar Café de la Belle Vue  waar je onder het nuttigen van eersteklas consumpties, tegen “prix modérés” kon genieten van een ”vue splendide sur Mer et Campagne”. Het café was voor de vele wandelaars naar en van Wenduine een welkome rustplaats. De wandelafstand van Blankenberge naar Wenduine is veertig minuten.

Afbeelding 5 – Eerste versie van Mietje Gadeynes ‘Estaminet a la Belle Vue’

En in deze ‘afspanning’ op de grensscheiding tussen Wenduine en Blankenberge bevond zich het lokaal, het stamcafé van het kunstenaarskliekje De Zwarte Kat, waarvan De Saedeleer deel uitmaakte.
Van een vroege bron, Louis Degougeux, die al kennis maakte met De Zwarte Kat in 1889, vernemen we: “Helemaal vanboven heb je hier het estaminet la Belle Vue, nu praktisch een hotel; in 1893 verving het de planken constructie, die voordien een schrijnwerkloods was die omgevormd werd tot café.

Het was het druk bezochte rendez-vous van liefhebbers van geuzelambiek, van vissers, jagers, kunstenaars; alle schilders, tekenaars, fotografen hebben het estaminet en  het rustieke krot met zijn vermolmde planken in het duin als onderwerp gekozen.

In een voorbehouden hoek herbergde De Belle Vue het genootschap dat bekend stond als De Zwarte Kat. We hebben het leren kennen omstreeks 1889, toen het op zijn hoogtepunt was. Het bestond uit een Voorzitter, een Vicevoorzitter, een Schatbewaarder, een Secretaris en een Lid. Ze waren dus met zijn vijven en wilden absoluut niet met meer zijn!

Afb. 6 – Van links naar rechts: Alphonse Wauters, Valerius De Saedeleer,
Jules Gadeyne en the odd man out Jan Andriaensen.
Vier leden van ‘De Zwarte Kat’ met twee honden!

Maar in hun vrolijke banketten telde men het aantal flessen niet die leeggedronken werden, noch het aantal kurken die in de lucht vlogen! Tijdens deze dagen wanneer ze pantagrueleske bijeenkomsten  hielden, kon men aan de deur van de feestzaal een ruwe plank zien, waarop een grote zwarte kat geschilderd was, met gespitste oren, met vlammende ogen, met haar dat recht stond. Dit was een meesterwerk van een der leden van het genootschap. En eronder het opschrift: Hier is ’t in de zwarte kat, met, in het oog vallend, het wapenschild met vijf gouden bezanten op een azuren veld.”

De naam Zwarte Kat gaat zo goed als zeker terug op Le Chat Noir  uit 1881, het allereerste cabaret in Monmartre, opgericht door Rodolphe Salis. Het enbleem is een poster van Theophile Steinlen waarop een afbeelding van een hautaine zwarte kat. Dit cabaret werd bezocht door de beau monde te Parijs.  Men kan ook denken aan het griezelverhaal The Black Cat van E.A. Poe uit 1842–1843.

Lees verder in Hoofdstuk IX.