Hoofdstuk X: Bezoek Ouders en Schoonbroer – verkoop huis

Volgens hun veelbelovende reclame verhuurden de De Saedeleers ook “chambres garnies et non-garnies”. Maar ook qua logés scheerden ze geen hoge toppen. Enkel in de Liste des Etrangers nr. 9 van LVDLC van 16 augustus – een topweek in een topseizoen – krijgen ze mensen over de vloer, vijftien dan nog wel. En onder de vijftien logés van die week bevinden zich vader en moeder Ludovicus de Saedeleer – Borreman, en Valerius’ schoonbroer Alfons Beeckman.

Was dit bezoek gewoon eens een verpozing aan zee, een bezoek uit sympathie, een hart onder de riem, of controle? Er kan een andere reden geweest zijn (reden die allicht medeverantwoordelijk geweest is voor hun commerciële mislukking te Blankenberge): het huis Vissersstraat 45 dat ze betrokken, werd openbaar verkocht – samen met het aan de achterzijde aanpalend huis Langestraat 28. Dit was al aangekondigd in LVDLC nr. 7 van 2 augustus. En in het nummer 8 van 9 augustus staat dezelfde aankondiging maar met de mededeling dat de huizen ingesteld worden op 11 augustus.

Het is goed mogelijk dat vader en moeder de Saedeleer en schoonbroer Alfons niet zozeer uit nieuwsgierigheid, sympathie of controle naar Blankenberge waren gekomen, maar eerder om deze instel te volgen. En allicht is het vertrek van ‘werkman’ August T’Joncke naar Heist eind augustus aan deze verkoop ook niet vreemd geweest.

Het huis werd dus ‘onder hun g.t’ verkocht door notaris-burgemeester Gustave Notebaert. Beide huizen waren eigendom van juffrouw Maria De Meulenaere. En wat het huurcontract betreft: het huis werd “Occupée par Madame Clémence Limpens épouse de Monsieur Valère DeSadeleer [sic] sans bail avec droit jusqu’au quinze Novembre prochain.” We mogen dus aannemen dat Valerius en Clementine uiterlijk op 15 november naar de Weststraat nr. 23 zijn verhuisd. Uiteindelijk werden de twee huizen samen verkocht voor 41.200 francs.
Het huis in de Weststraat was eigendom van Henricus Laga-Desmedt, koopman te Blankenberge en had bij het kadaster het nummer A 692 D.
Naderhand raakte dit huis bekend als de ‘beenhouwerij van slager Pillen’. Thans is het een hotel-restaurant, De Baadster, waarvan “met uitzondering van de benedenverdieping, de gevel van het pand nog intakt is”.

Lees verder in Hoofdstuk XI.