Hoofdstuk XII: Verleiding

Kon men in Clementines advertentie voor de exploitatie van haar winkel een duidelijke vastberadenheid zien, de werkelijkheid werd anders en over de privélessen van Valerius hebben we niets gevonden.

Waar voor de badgasten het oorspronkelijke doel van hun verblijf aan zee, nl. het kuren door het aanbod aan vertier en amusement op de achtergrond raakte, kan men zich makkelijk voorstellen dat er voor de jonggehuwden ‘Valleke en Clemmeke’ in hun vrijwel onbeperkte vrijheid zoveel interessantere dingen te doen waren dan het prozaïsch en gebonden winkel houden. Op die manier konden de twee jonge mensen er van voortdurende wittebroodsweken genieten. Zo lezen we bij Muylle: “Er werd breed geleefd en weinig gewerkt. Talrijke nieuwe vrienden en kennissen kwamen aanzetten. (…)   en terwijl de vrouwen daar aan het koffie drinken waren, leerden de vrienden schilderen.”  En verder: Het tijdverdrijf te Blankenberge was:  gaan  visschen, varen en gaan zeilen als ’t weer het toeliet, en soms staan schilderen met twee ezels en twee paneelen te gelijk.”Voeg daarbij dan ook nog de activiteiten bij Mietje Gadeyne, eigen werk tentoonstellen… 

Zoveel andere verlokkingen lagen op de loer om de aandacht van de goede voornemens af te leiden. Er waren de gewone toeristische attracties zoals: met de stoomboot Princesse Stéphanie kon je mee op excursie in zee; vanuit Blankenberge kon je ook een dagtrip maken naar Vlissingen of Middelburg; naar Wenduine met de populaire ‘donkey rides’. Edouard Daveluy vermeldt tal van excursiebestemmingen vanuit Blankenberge: o.a. Brugge, Dudzele, Lissewege met Ter Doest – zouden de De Saedeleers op die manier Lissewege hebben ontdekt? Verder langs de kust kon je ook naar o.a. De Haan, Middelkerke, Westende, De Panne…  In het Oud Gemeentehuis waren er (Franstalige) toneelvoorstellingen. Concerten op de dijk, in het casino en op kiosken. Concerten en tentoonstellingen in hotels. Maar er waren ook nog de ‘inheemse’, folkloristische activiteiten: waren de étrangers tijdens de week toonaangevend op de dijk, tijdens het weekend palmden de vissers de dijk in voor hùn feesten.

Wat nu specifiek 1890 betreft: ondanks veel regen (Paul Jacobs, de chroniqueur van LVDLC,  noemt 1890 “la saison des eaux“) was 1890 een topseizoen, zelfs vissershuisjes hadden logés. Want naast de traditionele activiteiten waren er in 1890 ook grote feestelijkheden naar aanleiding van het 25-jarige koningschap van Leopold II en bovendien vierde men ook het 60-jarige bestaan van België. Zowel privépersonen als gemeentebestuur zetten hun beste beentje voor om feestelijke programma’s aan te bieden.

We sprokkelden een aantal activiteiten bijeen uit het feestjaar 1890 via LVDLC, nl. uit de “Chronique Hebdomadaire” en het “Programme des Fêtes”. Zo zette men volgende activiteiten op het getouw: een internationale wedstrijd voor fanfares, kermissen, vuurwerk (verzorgd door Romain Gezelle, broer van), stoeten, fakkeloptochten, gymnastiekfeesten, loopwedstrijden en “courses vélocipédiques”; alle soorten bals, grand bals, kinderbals, danslessen; een overvol programma aan klassieke concerten, symfonieconcerten, kamermuziek, Wagnerconcert… En feestelijke nachttreinen naar Brugge die stopten in elk tussenstation…

Er was uiteraard buiten het seizoen wel een veel kalmer Blankenberge. We hebben ons echter geconcentreerd op het seizoen d.w.z. van begin juni tot eind september 1890, omdat het seizoen aan de ene kant dé periode was om geld te verdienen, maar het was ook dé periode om je onder te dompelen in de attracties en geld mis te lopen, met buiten het seizoen weinig of geen inkomen.

Lees verder in Hoofdstuk XIII.