Hoofdstuk XIV: Naar Wenduine

Na tien maand Vissersstraat 45 en een achtttal Weststraat 25 verlieten ze toen Blankenberge waar, om het te zeggen met de woorden van Edouard Daveluy in zijn loflied op Blankenberge: “Nergens beter dan te Blankenberge heeft de luiheid zulke verleidelijke charmes.” Ze werden te Wenduine ingeschreven op 8 augustus 1891. Ze zouden er blijven tot 29 april 1892.

Hun domicilie te Wenduine hielden ze op Gravejansdijk 22. Dit is een van de verdwenen huisjes op de plaats waar nu residentie De Spioenkop staat, gebouw dat verscheidene van deze toenmalige kleine woonsten heeft ingenomen. Dit flatgebouw, nr. 17, staat op de hoek van de Graaf Jansdijk met de Rochehelling. Ook Mietje Gadeyne moet in zo’n klein huisje gewoond hebben (Grave  Jansdijkstraat 23).

Al in 1890 stak LVDLC de loftrompet over Wenduine voor  zijn troeven: zuivere lucht, lekkere drank en lekker eten, en… je slaapt er de slaap der rechtvaardigen.

Voor het Wenduine van De Saedeleer hebben we als bron een treffer: het boekje van Eugène Roche, nl. “Histoire de Wenduyne-S/Mer depuis les temps les plus reculés jusqu’ à nos  jours”, uitgegeven bij Daveluy uit Brugge in 1892. Daarin zien we hoe Wenduine zich opmaakt om als badplaats door te breken. Maar we zijn nog maar aan het begin.

We vergelijken Wenduine met Blankenberge. Qua overnachtende toeristen in 1890 waren er volgens LVDLC te Wenduine 1.011, Blankenberge had er 24.521. In 1892 waren er te Wenduine 800 badgasten, dit was meer dan het dubbel van de plaatselijke bevolking.

Was de ligging van Mietje Gadeynes Belle Vue tussen Blankenberge en Wenduine ideaal, Wenduine zelf was zeer goed gelegen tussen Oostende en Blankenberge.

We grasduinen wat in Roches boek.Per dag stoppen er zesentwintig trams te Wenduineen elkseizoen passeren er meer dan 100.000 toeristen.Ze komen van of ze zijn op wegnaar Oostende.Wenduine heeft nog maar twee hotels: het Pavillon des Dunes en het Hôtel de Chemin de fer Vicinal (beide op de Zeedijk) en een aantal logiezen (villa’s), meestal rond de kerk. In 1892 staan er op de zeedijk zes villa’s en voor 1893 zijn daar nog eens zes gepland. Wenduine is zeer in trek bij schilders, die aangetrokken worden door de kerk, de molen en het vervallen douanehuisje. Het is de favoriete bestemming van wandelaars: het ligt op veertig minuten wandelafstand van Blankenberge. Men kan wandelen in de wilde duinen met hun zeer mooie plantengroei en vele soorten bloemen. Wenduine is er voor de kenners die kalmte en rust waarderen. Het is de badplaats bij uitstek voor gezinnen en iedereen kent er iedereen.

Tenslotte geeft Roche de raad: “Kom, maar haast u, want over een paar jaar zult u het goede, het echte Wenduine niet meer vinden, maar een grote en somptueuze badplaats, waar de welvaart met rasse stappen vooruitgaat. Men moet geen groot profeet zijn om dergelijke voorspelling te doen.”

Gemakkelijk te bereiken en toch – voor hoelang nog? – ‘unspoilt’ en dus ideaal om te schilderen. Zo zegtchroniqueur Paul  Jacobs: “Wenduine zal weldra zijn eigen school marineschilders hebben. Een jonge school die naar we hopen krachtig zal zijn zoals het klimaat. Zijn wilde en schilderachtige landschappen, zijn verre horizonten zorgen voor een bekoorlijk verblijf vol droom en poëzie.”

Al bij al kwam De Saedeleer naar een Wenduine dat nog niet zo ontwikkeld was. Deze ongereptheid wordt nog benadrukt met het feit dat zijn naam in één adem genoemd wordt met de kroeg La Bagatelle, de Taverne Artistique in de duinen langs de Oude Wenduinse Steenweg.

De Bagatelle op latere datum (ca. 1910)
Afb. 8 – Interieur De Bagatelle (1911)

Zoals we al schreven, was hij gedomicilieerd in de Gravejansdijk 22, maar dikwijls wordt  gezegd dat hij in de Bagatelle  woonde en/of dat hij die kroeg openhield.

Afb. 9 – Alexander Verhaeghe

Het is moeilijk te geloven dat hij het zich financieel kon veroorloven twee huizen te huren (of dat grimmige bankier Wauters dit had toegestaan). En om een kroeg uit te baten, moet er toch ook weer een zekere regelmaat zijn, regelmaat die te Blankenberge ver te zoeken was. We denken veeleer dat de De Bagatelle het ‘lokaal’ was van de artiesten zoals dit het geval was met De Zwarte Kat in de Belle Vue bij Mietje Gadeyne,en dat Valerius er schilderde samen met o.a. Alphonse ‘Peerken’ Claessens en diens schoonzoon Alexander Verhaeghe. Alexander Verhaeghe (Blankenberge 07.03.1854 – 26.02.1904) was de zoon van dokter Frans Verhaeghe, een bekend dokter en lid van het Armbestuur. Alexander was uitbater van het Hotel Verhaeghe in de Langestraat. Hij was een autodidact die raad en steun kreeg van De Saedeleer.

Verhaeghes dochter, mevr. Habetz schonk een twintigtal werken van haar vader aan de stad. In de Verhaeghezaal van het stadhuis hangen er vijftien werken van hem. En zijn reusachtige, bijna drie meter hoge Visdraagsters (1886) en Vissers  (1891) versieren de Feestzaal van het Stadhuis.

Deze verzameling schilderijen  tonen deze realist als artistieke duizendpoot: stillevens, genreschilderijen, landschappen, marines, portretten… Op zijn doodsprentje lezen we: “Gewezen gemeenteraadslid, Voorzitter van den Katholieken Burgerskring, het Werk der Kleeding, het Comiteit der Werkmanswoonsten, enz. Lid van al de godvruchtige Genootschappen.”  Al bij al ook een sociaal geëngageerd iemand, die we al ontmoetten bij de eigengereide geldinzamelaars.

Afb. 10 – Dierenschilder Alphonse ‘Peerken’ Claessens

Verhaeghes schoonvader Alphonse ‘Peerken’ Claessens (Hulst 1831 – Blankenberge 1908) was eveneens autodidact. Hij was een getalenteerd dierenschilder die met zijn schilderijen goed verdiende. Zo schilderde hij veel dieren- en jachttaferelen in Ardense kastelen waarbij de kasteeleigenaar wel eens liever zijn eigen naam onder het schilderij zette. Van hem zijn veel schilderijen binnen de familie bewaard. De Claessens waren eveneens uitbaters van een wasserij in de Karel de Swertlaan te Blankenberge, alwaar het linnen van de vele hotels gewassen werd. Hij heeft ook didactische schilderijen gemaakt voor bijv. de Visserijschool te Oostduinkerke die zich nu in het museum aldaar bevinden.

Afb. 11 – Koningin Carola

En op zekere dag komt koningin Carola op bezoek in de Bagatelle. Zelfs wanneer ze ergens kwam met haar gevolg, zocht ze zelf het direct contact met de ‘gewone’ mensen en niet via haar hofhouding.
Carola hield van Wenduine. Dit wisten we al uit de verslagen over haar in LVDLC toen ze in Blankenberge logeerde in 1890 (zie hoger). Andermaal op bezoek te Wenduine kocht ze in de Bagatelle van Valerius een schilderij – volgens P. Boyens een landschap – voor de vorstelijke som van tweehonderd francs . We weten niet of dit gebeurde in 1891 of 1892. Als we uitgaan van de vlijt waarmee LVDLC Carola’s verblijf te Blankenberge in 1890 versloeg, vermoed ik dat er over haar aankoop gegevens te vinden moeten zijn in de mij ontoegankelijke jaargangen 1891 en 1892. Het is echter waarschijnlijk dat ze het schilderij kocht in 1891: Valerius vertrok uit Wenduine naar Gent eind april 1892, dus vóór het eigenlijke seizoen van 1892 al begonnen was, maar woonde het jaar ervoor al te Wenduine vanaf 8 augustus 1891.

Lees verder in Hoofdstuk XV