Hoofdstuk XV: Schilderijen 1890 – 1892

Hier liggen de zaken moeilijk en is er een mager resultaat. Bovendien moeten we hoofdzakelijk een beroep doen op sporen. Hiervoor zijn er verschillende oorzaken.
In de eerste plaats is er De Saedeleer zelf. Nadat hij in 1904 zijn eigen stijl had gevonden, probeerde hij zoveel mogelijk werk van vóór 1904 terug in handen te krijgen en te vernietigen. Hij verloochende zijn vroege werken: “Dat was werk van een die niet meer was.” Overmoedig zegt hij ook: “Alle doeken uit dien tijd trachtte ik weer in mijn bezit te krijgen. Ik heb ze vernietigd. Allemaal. Dat was de afrekening met iets, dat ik niet meer verantwoorden kon. (…) Ongenadig vernietigd.”


In de tweede plaats is er zijn relatie met Jozef de Blieck (1866-1927). Deze brouwer en liberale senator heeft veel jonge Aalsterse kunstenaars geholpen en was ook de beschermheer van De Saedeleer. Hij bezat werk uit diens ‘jonge jaren’. Valerius zegt zelf hierover tegen Hector van de Velde: “ Zoo heb ik er ontelbare gemaakt. Op lateren leeftijd heb ik ze zooveel mogelijk teruggekocht, om ze te vernietigen. Die welke in het bezit zijn van de Familie D.B. heb ik evenwel, spijt al mijn pogen, tot mijn groot leedwezen, niet meer kunnen bemachtigen.” Deze schilderijen van senator-brouwer De Blieck zijn naderhand verspreid over zijn nakomelingen en tenslotte spoorloos geraakt.


Een werk dat De Saedeleer zonder enige twijfel maakte toen hij te Blankenberge woonde, is het schilderij Dorpsstraat te Klemskerke uit 1890 – Olieverf op doek – 30 x 40 – Signatuur en datum r.o. Het werd in 2004 geveild bij Galerijen De Vuyst en is sindsdien in privébezit.
De dorpsstraat loopt schuinop van links naar rechts. De kerk staat op het einde van de linkse rij huizen. Op de voorgrond een schetsmatig uitgebeelde man die iets op zijn linkerschouder draagt. Aan de rechterkant zien we een deel van een hoeve met een hek en haag ervoor.

Afb. 12 – Dorpstraat te Klemskerke (1890

M. Eeman over dit werk: “De koulisse-achtige kompositie met schuinoplopende weg en huizenrij schept een zekere ruimtelijke illusie. Het geheel is geschilderd in konventionele, nogal vale kleuren. De lucht is lichtblauw. Het groen van de bomen is dof, evenals het geel, blauw en rood van de huizen. De inwerking van het licht op de vormen speelt geen belangrijke rol. Boom en huis en vooral de man op de voorgrond zijn schetsmatig weergegeven. De slordig afgelijnde vormen doen aan Fr. Courtens denken. Ook heeft de schilder geen aandacht geschonken aan het detail. Met brede borstelstreken wordt de weg gesuggereerd, de rest is in lichtere penseelstreken uitgevoerd. Ook de verfaanbreng is te vergelijken met die van Courtens’ werken, maar bij De Saedeleer is hij toch minder pasteus.”

Er zijn nog sporen van andere schilderijen, maar ook hier is het koffiedik kijken. In 1943, een jaar vóór zijn dood, maakt Alphonse Wauters een inventaris op van onder andere de schilderijen in zijn toenmalig huis in de De Smet de Nayerlaan 79 te Blankenberge.
Qua werk van De Saedeleer geeft hij op:
– Vroege morgen
– Interieur
– Schuur van Ter Doest
– Hoevetje te Lissewege
– Gekleurde gravuur  naar een landschap van De Saedeleer.

Aangezien Alphonse Wauters geen data geeft bij de werken, kunnen we eigenlijk niets met zekerheid zeggen. De schilderijen Ter Doest  en Hoevetje te Lissewege kunnen evengoed geschilderd zijn bij een uitstap tijdens zijn verblijf te Blankenberge of Wenduine, maar kunnen ook van latere datum zijn, uiteraard meer voor de hand liggend tijdens zijn oponthoud te Lissewege, of ook nadien. Evenmin is het zeker of de andere schilderijen Vroege Morgen en Interieur ook uit zijn BlankenbergseWenduinse periode stammen.  In elk geval denken we dat Alphonse Wauters deze schilderijen kreeg, ruilde of goedkoop kocht van De Saedeleer, als kameraad-collega van De Zwarte Kat.

Wat de gekleurde gravure betreft: dit is allicht een gift vanwege De Saedeleer. Een dergelijke gravure  heeft hij ook cadeau gedaan aan Jules Gadeyne, toen die hem bezocht te Etikhove in 1932. En ook nog jammer: wanneer Alphonse Wauters de inventaris opschrijft van de “Kamer 3de tusschenverdiep“, maakt hij er zich vanaf met: “Een groot aantal schilderijen, schetsen en lijsten”. Hij bezat ook nog werk van o.a. Louis Artan (1837-1890), Alphonse Claessens (1831-1908), Jules Gadeyne (1857-1936), Modest Huys (1874-1932), Constantin Meunier (1831-1905), Emile Thysebaert (1873-1963), Alexander Verhaeghe (1854-1904) en ook nog schilderijen van eigen hand.

We zagen nog wel andere schilderijen die De Saedeleer tijdens de periode Blankenberge–Wenduine gemaakt kan hebben, maar hier is er evenmin zekerheid.

Zo bijvoorbeeld het schilderij Hoeve uit 1892 – Olieverf op doek – 30 x 45 – Signatuur en datum r.o. – Verzameling Stedelijk Museum Aalst. Een schuin van rechts naar links oplopende landweg met aan het einde een aantal schematisch aangeduide bomen. Blikvanger is de hoeve met eromheen begroeiing en aan de rechterkant een hooimijt. Hoewel de kleuren hier minder vaal zijn, doet het toch nog denken aan Dorpstraat te Klemskerke.

Op de Retrospectieve Tentoonstelling De Saedeleer te Deinze in 2006 zagen we drie werken die eventueel uit de periode Blankenberge–Wenduine kunnen stammen, maar hier is er evenmin zekerheid. Het betreft de schilderijen Moerassig landschap (ca. 1893); Eenzame boom (1892) en Vrouw aan het venster (ca. 1892). Ook Valery D’Hondt, de eerste biograaf van de Saedeleer, laat ons in de steek. Zijn beschrijvende catalogus van vijftig werken die De Saedeleer maakte, begint met werk uit 1904. Hij zegt: “Deze beschrijvende catalogus begint enkel met 1904, het jaar waarop D.S.’s artistieke persoonlijkheid aanvang neemt. Om hun betrekkelijk geringe waarde, meenden we de doeken, door D.S. vóór 1904 geschilderd, gansch te mogen op zij stellen.”

Afb. 14 – Hoeve

Enkel A. Muylle schrijft dat Valerius voor schilderijen op bestelling schuilnamen  als Nijdijk, Van Overdebeke, Van Opvelde enz. gebruikt heeft.

Lees verder in Hoofdstuk XVI