Hoofdstuk XVI: Socialist en Anarchist te Gent

Op 29 april 1892 worden Valerius en Clementine uitgeschreven uit de bevolkingsregisters van Wenduine en ze vertrekken – met schulden wegens onbetaalde huishuur – naar Sint-Denijs-Westrem, naar de “Hoogen Heirweg-straat N° 21”.
Tussen 1892 en 1895 verhuist hij van huis naar huis: naar Afsnee, naar Sint-Martens-Latem (voor de eerste keer; naar een krot); vervolgens naar Gent (Kortrijkstraat, Vlaanderenstraat, Akkergemlaan).
Hij wordt achternagezeten door deurwaarders, die “bij De Saedeleer kwamen en weggingen omdat er daar niets aan te slaan was.” De bohémien ontmoet te Gent zijn oude vriend George Minne. De twee worden socialist, in de ban van vader Anseele. Maar Valerius gaat in een extremer richting en wordt anarchist, volledig in de lijn van zijn afkeer van gezag en van zijn onvrede met de maatschappij. Valery D’Hondt stelt het zo: “De dikste knuppels opgeraapt in het oerwoud der wanorde en ordeloosheid, hief hij dreigend tegen de samenleving op, die hem naar zijn zin al te stiefmoederlijk behandelde.”


In De Leemen Torens beschrijft Karel van de Woestijne met de duidelijke pseudoniemen Leo van Aerseele en Hilarion de Maegdeleer het einde van De Saedeleers avontuur in het anarchisme: “… en Hilarion de Maegdeleer, die men zekeren avond badend in zijn bloed vond liggen op den drempel van een socialistisch lokaal: de georganiseerde werklieden hadden het hem kwalijk genomen, dat hij onder hen ‘De Toorts’ was komen venten…”

Lees verder in Hoofdstuk XVII